Tour de France

De Tour de France behoort al jaren tot de drie grootste wielerrondes binnen Europa, samen met de Giro d’Italia en de Vuelta a España. De eerste Tour de France werd in 1903 gereden. Destijd won de 32-jarige Fransman Maurice Garin. Veel wielrenners dromen over het winnen de Tour de France! Helaas is het winnen van de Tour de France alleen weggelegd voor hen, die over ontzettend veel kwaliteiten beschikken. Een winnaar van de Ronde van Frankrijk moet een tijdrit kunnen rijden, moet goed kunnen klimmen en moet daarbij tactisch ijzersterk zijn om op het juiste moment weg te kunnen rijden bij de concurrentie. Niet voor niets wisten alleen de allergrootste renners de Tour de France in het verleden te winnen! Denk bijvoorbeeld aan wielrenners als Sylvère Maes, Fausto Coppi en Eddy Merckx. In de lange historie van de Tour de France wisten slechts twee Nederlandse de ronde te winnen: Jan Janssen in 1968 en Joop Zoetemelk in 1980.
In de afgelopen jaren is de Tour de France gedomineerd door het Engelse Sky, waarvoor onder meer Bradley Wiggins (2012) en Chris Froome (2013, 2015 en 2016) de Ronde van Frankrijk wisten te winnen. Inmiddels is Bradley Wiggins gestopt, om zich te kunnen richten op het baanwielrennen.

De Tour de France 2020 is gepland te starten op 29 augustus. Vanwege het coronavirus is de Tour dit jaar uitgesteld. Het wordt een unieke editie van de ronde van Frankrijk in alle opzichten. Bekijk hier alle informatie over de Tour de France 2020.

tour de france

 

Tourzeges uit de historie

De Ronde van Frankrijk is tegenwoordig het grootste wielerevenement van de wereld. De Tour de France is groter dan La Vuelta en de Giro d’Italia. De eerste editie van de Tour de France is verreden in 1903 en werd toen georganiseerd door de hoofdredacteur van een Autotijdschrift. Door de dopingbekentenissen van Lance Armstrong staat momenteel het recordaantal individuele tourzeges op 5. Zowel Bernard Hinault, Eddy Merckx, Miguel Indurain en Jacques Anquetil hebben vijf keer de Tour de France gewonnen. In de Tour de France staan de volgende truien op het spel: De gele, de groene, de bolletjes en de witte trui. Deze truien zijn achtereenvolgens voor de winnaar in het algemeen klassement, het puntenklassement, het bergklassement en het jongerenklassement. Daarnaast is er nog een ploegenklassement en een rood rugnummer voor de meest aanvallende rijder in de Tour de France.

Nederlanders en de Tour de France

Het spreekt voor zich dat de historie van de Tour de France een groot aantal opvallende winnaars kent. Naast de successen van de Nederlanders Zoetemelk en Janssen zijn er veel meer opvallende namen uit de lijst met winnaars van de Ronde van Frankrijk te halen. Denk bijvoorbeeld aan de pas 19-jarige Henri Cornet, die er in 1904 in slaagde om de Tour de France te winnen. Nog altijd is hij de jongste winnaar van de Tour de France ooit. De oudste renner die de Tour de France wist te winnen was de 36-jarige Firmin Lambot, die in 1922 won. Tijdens de beginjaren van de Tour de France waren het met name de Fransen die deze ronde op hun naam schreven, gevolgd door een lange periode met Belgische winnaars.
In de periode van 1915 tot en met 1918 werd de Tour de France niet verreden, als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940 tot en met 1946) werd de Ronde van Frankrijk niet verreden. In de periode na de Tweede Wereldoorlog waren het opnieuw de Fransen die de ronde domineerden. Onder meer met Louison Bobet en Jacques Anquetil, die de Tour de France in de jaren na de Tweede Wereldoorlog respectievelijk drie en vijf keer op hun naam schreven.
De Belg Eddy Merckx bracht in de periode van 1969 tot en met 1974 verandering in deze Franse dominantie, door de Tour de France in deze periode vijf keer in zes jaar te winnen. Toen Merckx stopte namen de Fransen Bernard Hinault en Laurent Fignon het stokje van hem over, door van 1977 tot en met 1985 voor een Franse winnaar te zorgen. Alleen Joop Zoetemelk wist de Franse dominantie in deze periode te onderbreken, door in 1980 te winnen.

Route Tour de France

Er zijn een aantal opvallende feiten op te merken over de route en de historie van de Tour de France. Denk bijvoorbeeld aan de langste etappe die ooit gereden werd. In 1920 moest het peloton tijdens de vijfde etappe een afstand van maar liefst 482 kilometer overbruggen. Het was een Belgie die deze etappe won: Firmin Lambot.
Ook de lengte van de Route Tour de France als geheel was in deze periode veel langer dan de edities van na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de editie van 1926 moesten de renners in totaal 5.745 kilometer afleggen tijdens de Ronde van Frankrijk. In de langste naoorlogse editie kwam van de Tour de France kwam de totale afstand niet verder dan 3.285 kilometer.

Beklimmingen Tour de France

De bergetappes in de Tour de France zijn altijd een hele klim, de een nog meer dan de ander. Lees nu welke bergetappes er zoal beklommen worden. In de Tour de France staan veel bergetappes centraal. De bergetappes zijn doorslaggevend voor het eindklassement. Als het over de meeste en de zwaarste bergetappes gaat, dan worden deze over het algemeen verreden in de Pyreneeën en in de Alpen. Vaak gaat het ook over meerdere beklimmingen per etappe, deze vinden plaats in verschillende categorieën. Er zijn ook bergetappes die verreden worden in de Vogezen, maar het verschil met de Alpen en de Pyreneeën is dat deze bergetappes minder zwaar zijn. Soms wijkt de route Tour de France uit naar het buitenland, de uitwijkroutes bevinden zich dan in Zwitserland en Italië, maar dit komt zelden voor.

Alpe d’Huez

In de Tour de France zijn verschillende bergetappes. De Alpe d’Huez is een berg met een hoogte van 1860 meter. Tussen 1976 en 1989 heeft een Nederlander acht keer deze etappe gewonnen. De Col d’Aubisque is ook een bekend gebergte in de Pyreneeën, hier is Wim van Est namelijk zeventig meter diep ten val gekomen. Dit gebergte heeft een hoogte van 1709 meter. De Col du Galibier is een gebergte in de Alpen dat al vaak het dak van de Tour is geweest. De Col d’Izoard is een gebergte in de Alpen van 2361 meter hoog en in 1922 is deze voor het eerst beklommen. Dan is er de Col de la Bonette, de hoogste doorkomst in de Tour de France die is opgenomen.

Andere bekende bergetappes uit de Tour de France zijn de Col de Joux Plane (Alpen), Col de la Madeleine (Alpen), Luz-Ardien (Pyreneeën), Mont Ventoux (Alpen) en bijvoorbeeld de Col de Soudet (Pyreneeën). De Col de Soudet is een bergetappe met een hoogte van 1540 meter. Dan is er nog een belangrijk aspect dat vermeld moet worden, in 1905 is de Ballon d’Alsace (Vogezen) voor het eerst door René Pottier beklommen. Hij was de enige die er in dat jaar op de fiets overheen kwam.